ziekte van Addison


 
De ziekte van Addison ontstaat door een onvoldoende werking van de bijnierschors. Dit wordt wetenschappelijk aangeduid met de term `hypoadrenocorticisme'.

De bijnierschors maakt twee soorten corticostero´den:
1.    Glucocorticostero´den
2.    Mineralocorticostero´den.

Bij de ziekte van Addison is er een tekort aan beide soorten corticostero´den.
Het tekort aan mineralocorticostero´den veroorzaakt een verschuiving van de electrolytenbalans in het bloed (daarom is er bij dieren met de ziekte van addison een tekort aan Natrium en een teveel aan Kalium.
Het tekort aan natrium leidt tot vochtverlies en een daling van de bloeddruk. De overmaat aan kalium heeft een vertraagde hartslag tot gevolg.
Tel deze effecten bij elkaar op en we zien een dier met een slechte circulatie met alle gevolgen van dien. Het tekort aan glucocorticostero´den veroorzaakt algehele malaise en een suikertekort in het bloed. Alles bij elkaar voldoende om je als hond heel ziek en slap te voelen!

De ziekte komt voor zover we weten vaker bij honden dan bij katten voor en bij honden zien we het vaker bij teven dan bij reuen. Waardoor de bijnierschors onvoldoende werkt is in veel gevallen onduidelijk. Er wordt onder andere gedacht aan een autoimmuun ziekte waardoor de bijnierschors beschadigd raakt;
Bij dieren die behandeld zijn voor de ziekte van Cushing met Lysodren« ontstaat door het vernietigen van de bijnierschors ook het beeld van de ziekte van Addison. Vandaar dat na deze behandeling er eigenlijk altijd levenslang hormonen toegediend moeten worden.

Symptomen

Zoals gezegd zijn de symptomen nogal verschillend en niet echt specifiek voor de ziekte. Ze kunnen variŰren van zeer ernstige levensbedreigende symptomen tot milde symptomen die komen en gaan. Bij een acute crisis zien we een patiŰnt die plotseling collabeert: het dier is slap, koud, uitgedroogd en heeft een trage en zwakke pols. Een soort shock toestand dus. Frappant is, dat als je zo'n patiŰnt behandeld zoals je logischerwijs zou moeten doen als dierenarts (ook al heb je op dat moment geen diagnose), namelijk met infusen en eventueel corticostero´den, het dier in zeer korte tijd enorm opknapt! Wordt de behandeling gestaakt, dan kan het dier weer helemaal terugvallen. Dit feit moet de oplettende dierenarts al aan het denken zetten.
Minder duidelijk is het als het dier komt met klachten als chronisch braken, af en toe diarree, bloed in de ontlasting, recidiverende buikpijn, sloomheid, vermageren en een slechte eetlust. Deze symptomen doen in eerste instantie denken aan een probleem in het maagdarmkanaal, of aan een nierprobleem. Dat laatste zal zeker het geval zijn als de eigenaar ook nog vertelt dat het dier de laatste tijd wat meer drinkt en plast. En vaak vinden we ook wat verhoogde nierwaarden in het bloed! Dit is echter een secundair effect van het tekort aan vocht en de te lage bloeddruk, hetgeen een slechte doorbloeding van de nieren veroorzaakt. Soms hebben de dieren een soort flauwtes, die foutief ge´nterpreteerd kunnen worden als epilepsie aanvallen. En soms zien we aanvallen van rillen en geringe slapte. Kortom de verschillen zitten hem soms in hele kleine dingen in het verhaal van de eigenaar of het klinisch onderzoek, waardoor we op het spoor van `Addison' komen. 

Diagnose

De diagnose stellen we door middel van een bloedonderzoek. De bevindingen van een te hoog kaliumgehalte en een te laag natriumgehalte in het bloed samen met het typische klinische beeld is zeer sterk verdacht.

De diagnose is echter pas zeker na het uitvoeren van een zogenaamde ACTH-stimulatietest. Hierbij meten we de uitgangswaarde van de cortisolspiegel in het bloed, waarna we een hormoon (AdrenoCorticoTroopHormoon of ACTH) inspuiten (rechtstreeks in de bloedbaan) die normaliter de bijnierschors stimuleert tot het maken van cortisol. Een uur later nemen we nogmaals bloed af en er wordt nogmaals een cortisolspiegel bepaald. Aan de hand van de uitgangswaarde en de reactie op de hormooninjectie kunnen we dan zien of de bijnierschors voldoende werkt.

Bovenstaande tests doen we natuurlijk pas als er al een verdenking is op de ziekte van Addison. Bij een bloedscreening kunnen andere afwijkingen in het bloed ook reeds in de richting van de ziekte wijzen, zoals verhoogde nierwaarden, een verlaagd suikergehalte, een verhoogd calciumgehalte, een verhoging van het aantal witte bloedcellen en een geringe bloedarmoede

Therapie
De behandeling is een levenslange toediening van de glucocorticostero´den en de mineralocorticostero´den die het dier tekort komt. Dit gebeurt door het toedienen van capsules waar er de twee soorten corticosteroiden en NaCl in zitten.
Het toedienen van corticostero´den staat ons als dieren eigenaar en dierenarts altijd enigszins tegen. We moeten ons echter realiseren dat bij deze patiŰnten er een tekort is aan deze stoffen. Door het toedienen van de corticostero´den bootsen we de normale situatie weer na. Er is dus geen sprake van een overmaat aan deze stoffen bij deze patiŰnten.
De nare bijwerkingen die we kennen van het toedienen van corticostero´den zoals veel drinken en plassen, toegenomen eetlust, zwaar worden etc., zullen we dan ook niet zien!
De behandeling van een zogenaamde `Addison-crisis', waarbij de hond een echte collaps heeft bestaat uit het toedienen van intraveneuze infusen en corticostero´den door de dierenarts. Een dergelijke collaps is een spoedgeval, het is namelijk een levensbedreigende situatie. Nadat de crisis weer onder controle is, wordt de behandeling voortgezet met de beschreven capsules.
De prognose is goed, in de meeste gevallen reageren de dieren heel goed op de behandeling en kunnen ze een normaal leven leiden. Alle aandoeningen die tot uitdroging of shock kunnen leiden (bv. ernstige diarree, bloedverlies) vormen bij deze dieren natuurlijk wel een extra risico.