Sondevoeding pup
 

Extra informatie m.b.t. het overnemen van de tevenzorg
Bron: Faculteit Diergeneeskunde (collegedictaat), Esther Plantinga, Auke Schaefers-Okkens, Jeffrey de Gier, Karin Albers-Wolthers en Ronald Corbee.


Als de teef niet goed voor de pup wil zorgen is het van belang de pup te gaan bijvoeden. De pup dient de eerste week om de 3 uur (8x daags) gevoerd te worden, dus ook s nachts. Er kan voor gekozen worden overdag om de 2 uur te voeden en gedurende de nacht 4 uur tussen twee voedingen te laten zitten. Tot 3 weken dienen de pups in ieder geval 8 voedingen per dag te ontvangen in verband met het maagvolume. Oudere pups kunnen elke 4 tot 6 uur bijgevoerd worden.

Erg belangrijk is het te vermelden dat het buikje van de bijgevoerde pup na het voeden met de klok mee gemasseerd dient te worden, om goede darmperistaltiek te bewerkstelligen en obstipatie te voorkomen. Tevens moet het perineum met een watje met warm water voorzichtig gemasseerd worden (let op overijverige eigenaren: huid gaat snel kapot) om de mictie- en deaecatiereflex op te wekken. Als er een moederhond is die deze taak op zich neemt is dat natuurlijk niet noodzakelijk. De eigenaar dient als het ware de totale moederzorg over te nemen, inclusief dus de lichamelijke verzorging van de pup. Dus de pup dient ook schoongehouden te worden door de eigenaar als de teef dat zelf niet meer doet of kan doen!

Bij pups dient de voeding via een maagsonde te worden gegeven, omdat bij pups de kans op verslikpneumonie behoorlijk groot is, wanneer een zuigfles gebruikt wordt. Er zijn speciale rubberen voedingssondes in de handel, deze zijn van zacht rubber gemaakt, wat de kans op trauma aan mondholte, trachea en maagslijmvlies vermindert. Bijkomende voordelen van het geven van melk met de sonde is dat de toediening sneller gaat, en dat de berekende hoeveelheid nauwkeuriger kan worden toegediend (zonder morsen). Ook zwakke pups die niet de kracht hebben om zelf te zuigen kunnen zo goed worden bijgevoerd.

Plaatsing van de maagsonde is eenvoudig. De afstand van mond tot laatste rib dient nauwkeurig bepaald te worden en te worden gemerkt op de sonde. De sonde kan eventueel van wat glijmiddel worden voorzien en kan dan via de bek in de slokdarm worden gebracht en doorgeschoven worden tot het merkje op de sonde de bek bereikt. De kans dat de sonde de trachea in gaat is verwaarloosbaar. Mocht dit toch gebeuren dan hoest en spartelt de pup en weet je dat je verkeerd zit. Van belang is elke paar dagen het meten van de afstand tussen mond en laatste rib te controleren om voor groei te corrigeren.

De pup kan worden bijgevoerd met een kunstmelkproduct voor puppies. Van belang is de aangemaakte melk te verwarmen tot lichaamstemp. (38 celcius) alvorens toe te dienen.

De maagcapaciteit van een pasgeboren pup is ca. 5-10% van het lichaamsgewicht, wat in geval van een pup van 300 gram neerkomt op 15-30 ml. De vochtbehoefte van een pup bedraagt minimaal 150-180 ml/kg, wat voor een pup van 300g neerkomt op 50-60 ml. Hierin wordt met 120 ml ruim voorzien. Na 10 dagen weegt de pup 600 gram en zal in de volgende 10 dagen zijn gewicht wederom bijna verdubbelen.

Let op: door snelle groei is het noodzakelijk om op geleide van het gewicht de hoeveelheid te voeren kunstmelk regelmatig aan te passen en dit per individuele pup te doen, gezien de soms grote variatie in lichaamsgewichten binnen een nest. Hiervoor kan bijvoorbeeld een Excel sheet worden gemaakt waarbij met sprongen van 25-50 gram de nieuwe hoeveelheid kunstmelk wordt aangegeven. Als de pup dan 50 gram is aangekomen wordt overgestapt op een hogere hoeveelheid melk.