FOKKEN

Wanneer je gaat fokken, bedenk dan...

 

Fokker worden is niet moeilijk, maar Fokker zijn daarentegen zwaar !! 

Bovenstaande woorden geven aan hoe makkelijk het is om fokker te worden, zeker wanneer men te werk gaat volgens de gebruikelijke kookboek methode: ‘men neme…een loopse teef en brengt die bij een dekwillige reu en na ongeveer negen weken is men hondenfokker’. 

Zo makkelijk is het ook weer niet. Met zo’n recept kan je inderdaad honden fokken maar het zegt helemaal niets over verstand van zaken, betrokkenheid bij het ras en wat voor visie de fokker heeft. Er is een veel diepere betekenis van het woord fokker. 

Wat zijn de voorwaarden om een serieuze fokker te worden? Ten eerste moet je houden van het dier – geen sentimentaliteit maar begrip voor de noodzakelijke handelingen die je als fokker moet uitvoeren. Wil je 600 km reizen om de beste reu te gebruiken? Durf je niet een misvormde pup te euthanaseren? Ben je bereid dag en nacht een nest met de fles groot te brengen, en dat vier weken lang? Ben je psychisch bestand tegen het gejank van pups, veeleisend als ze kunnen zijn? Kan je kopers uitstaan die na vier weken hun pup terugbrengen omdat ‘hij het niet doet’ of omdat ze liever een andere kleur hadden gehad? Is je gezondheid voldoende om je nest dagelijks te verzorgen en hun verblijfplaats goed schoon te houden? En hoe ga je om met de nijd en afgunst van je collega-fokkers als je eindelijk succesvol wordt en zij niet?   

Als fokker moet je een visie hebben van wat je wil bereiken – mooie, gezonde, raszuivere exemplaren van jouw favoriete ras. Of je nou één nest of meerdere wilt nemen. En dat op langere termijn volhouden en zowaar steeds beter doen. Ziedaar de serieuze fokker in het kort. Hoe vertaal je dit in daden en actie?  

Even iets anders – bij de meeste rassen worden veel van de nesten gefokt door ‘amateurs’ – ‘gelegenheidsfokkers’ – en iedere ras heeft zulke mensen nodig. Een topfokker kan domweg vaak onvoldoende pups produceren om aan de vraag te voldoen, maar we mogen toch van IEDERE fokker wel dezelfde niveau omtrent kennis en betrokkenheid verwachten? 

Ten eerste mag je je afvragen of je moet fokken met je teef? Gezondheidstechnisch is er geen reden hiervoor. Je teef leeft echt niet langer omdat ze een nest heeft gehad, en ze is er zeker niet meer of minder vatbaar voor tumoren of baarmoederaandoeningen dan een maagdelijke teef. Wel mag je van mening zijn dat de teef plezier aan een nest kan beleven. 

Zal ik fokken met mijn teef? Een nest nemen omdat daardoor de wat angstige en nerveuzere moeder een wat evenwichtigere karakter zal krijgen is onzin. Het gebeurt niet. Wel kan een wat kindsachtige hond een karakterverandering ondergaan door de verantwoordelijkheden waar ze mee te maken krijgt en zich later wat volwassener gedragen.   

Mag ik fokken met mijn teef? Er is niemand die je dat verbiedt. De wet niet, de rasvereniging niet en je hond ook niet! Je hebt als ‘fokker’ een morele verantwoordelijkheid om het zo goed mogelijk te doen, als je zo beslist. Het is altijd raadzaam om een mentor op te zoeken voordat je met een nest begint –  een kenner die verstand van zaken heeft en die je vertrouwt. Fokken zonder stambomen is onzin. We zijn met raszuivere honden bezig en dat raszuiverheid wordt door middel van de stambomen nagenoeg gegarandeerd. De asiels zijn vol met rasloze honden (honden zonder stamboom), dus waarom zouden we nog meer fokken?

Hoge eisen moet je stellen aan de teef die je gaat gebruiken – gezond, juiste karakter en voldoend rastypisch. Dezelfde eisen moet je ook aan de reu stellen. De combinatie zelf moet ook verantwoord zijn, in verschillende opzichten. Een pup is in eerste instantie enkel en alleen de resultaat van de genen die zijn ouders hem geven, en daarom is het belangrijk om de stamboom van de ouderdieren goed te bestuderen.  Zoek uit hoe de voorouders waren, of ze gezond waren en of ze al andere nakomelingen hebben.Wees bewust van de risico’s en neem weloverwogen je beslissingen.   

Begin een nest te plannen ruim voordat  je daadwerkelijk wil beginnen. Regel je dekreu vroegtijdig en zorg ervoor dat je ook een tweede of zelfs een derde keus hebt bestudeerd en gekozen. Kijk verder dan de mooiste advertentie van de clubblad of de reu om de hoek; vraag de fokkers van andere honden in jouw stamboom welke reuen zij zouden gebruiken.  

Verwacht bovendien niet dat je rijk wordt van het fokken. De eerste nesten zullen je waarschijnlijk alleen geld kosten, met de aanschaf van materiaal, apparatuur en kennis. Om maar te zwijgen van de dekreu prijs of wat je al hebt betaald voor je teef in het begin. Alles wat je overhoudt wordt weer in de honden geďnvesteerd. Je moet ze schoon houden, droog, gezond, getrimd. Je moet ze eten geven, tijd voor ze vrijmaken, vakantiedagen ervoor opgeven, je huis anders inrichten. Je moet je kennis bijspijkeren, cursusje volgen, boeken kopen, wedstrijden bezoeken.  

Kortom, het is voor de meeste mensen als hobby begonnen en wordt nog steeds als zodanig gedreven. Maar dan een hobby die veel tijd en energie in beslag neemt, wil je het goed doen. Hebben we je aan het denken gezet?

Kort opgesomd:

·    Dat er al veel gefokt wordt, wat kun je het ras bieden?

·    Heb je een deskundige dierenarts waar je alle vertrouwen in hebt?

·    Kun je het financieel aan om te fokken?  Fokken kost handenvol geld.
     Geloof me, alleen de broodfokker houdt er aan over. Wanneer je werkt
     kun je verlof vragen als er zich complicaties
     voordoen?  Ook moet er geld zijn voor de dierenarts als er iets mis gaat.

·    Heb je voldoende kennis/ervaring betreffende bloedlijnen, stambomen en
    
erfelijkheidsleer?

·    Heb je enig inzicht betreffend hondengedrag, opvoeding en driften? 

Ben je bereid om het gevaar te aanvaarden om de moeder te verliezen en dat jij de pups met de hand moet grootbrengen en geloof me, dat is een harde baan. 

De ouders

Veel fokkers zijn actief in de hondensport, zoals b.v. Behendigheid, Obedience, Show, enz. Dit is een zeer goede zaak. De honden kunnen zich bewijzen en lekker actief zijn en hun kwaliteiten die zo belangrijk zijn voor de Bearded Collie tentoonstellen en behouden. Doch niet alle kampioenen zijn goed genoeg om mee te fokken. Laat u zich geen rad voor de ogen draaien en staar u niet blind op het feit dat die reu of teef een kampioen is. Andere aspecten zoals karakter/temperament, moedereigenschappen, en ziektes zijn veel belangrijker. Ga bij de mensen thuis en op bijvoorbeeld shows of training kijken en oordeel zelf!

Je moet de oudercombinatie zeer goed overwegen. En niet alleen de ouders maar ook de grootouders bekijken. Let daarbij op de gezondheid, rasstandaard, rasgebonden eigenschappen en karakter

Bij het opbouwen van een eigen bloedlijn moet u altijd uw ideaal voor ogen houden, doch nimmer onmiddellijk succes verwachten. Wat u ook doet, verander nooit van type door uw teef te laten dekken door een reu van een ander type alleen maar omdat deze reu een gevierde kampioen is. Doet u het toch dan gooit u uw hele systeem ondersteboven en zal het moeilijk zijn weer op de oude weg terug te komen.

 

Moet u op een gegeven ogenblik bloedverversing toepassen denk daar dan goed over na. Kies hetzelfde type dat u fokt met voorouders die dit type zelf ook brengen en liefst met een gemeenschappelijke goede voorouder. Onthoud dat, hoewel inteelt alleen maar toegepast mag worden als u uw fokdieren door en door kent, de kruising met een andere bloedlijn uw type tijdelijk uit balans kan brengen en dat u in de eerste generatie iets zult verliezen. Raak niet ontmoedigd, want als u het goed hebt gedaan, hebt u waarschijnlijk iets gewonnen dat de volgende generaties ten goede komt. 


Inteelt/lijnteelt

Het doel van iedere goede fokker zal zijn het verbeteren van het ras. Daarvoor zal hij zoveel mogelijk de Bearded Collie trachten te fokken, die zijn ideaalbeeld benadert. Hij zal trachten een bepaalde eenheid in type te fokken. 

Hiervoor selecteert hij zijn fokdieren op gezondheid, karakter, exterieur en werkeigenschappen. 

Een middel om versneld tot eenheid te komen is inteelt. Het doel van inteelt is om bepaalde eigenschappen fokzuiver te krijgen. 

Zo verkrijg je nakomelingen die zowel uiterlijk (fenotypisch) als erfelijk (genotypisch) veel gelijkenis vertonen. Natuurlijk passend binnen de rasstandaard.

We spreken formeel van inteelt als het gaat om ouder-kind of broer-zus of halfbroer-halfzus. 

Alle andere vormen van verwantschap tussen een fokpaar noemen we in de volksmond lijnenteelt.  

Het inteelt fokken op een voorouder heeft de reden dat de fokker deze voorouder zeer goede eigenschappen toedicht en deze kenmerken wil fixeren in zijn nageslacht. 

Echter bij inteelt worden zowel de gewenste als niet (latent-) gewenste eigenschappen vastgelegd in de nakomelingen. En kunnen dus ook ongewenste eigenschappen fokzuiver zijn geworden in de nakomelingen.

Bij nauwe inteelt treden ook depressieve kenmerken op zoals vruchtbaarheid, vitaliteit en weerstand tegen ziektes nemen af.

Ook is belangrijk dat een fokker niet slechts op ččn of enkele eigenschappen zijn keus laat vallen op de in te telen voorvader. En hiermee wellicht andere eigenschappen verwaarloost. De balans tussen gezondheid, exterieur, karakter en werkeigenschappen zal altijd primair moeten zijn. Inteelt moet dus zeer zorgvuldig gedaan worden. 

Uitteelt /out-cross 

Doel van uitteelt of te wel out-cross is het verkrijgen van meer diversiteit in het genetische materiaal van de nakomelingen. Ook wel tracht men meer “bastaardkracht” te verkrijgen die zich uit door een verbeterde levensvatbaarheid, vruchtbaarheid, weerstand enz.

In de eerste generatie zijn er vaak goede exemplaren bij. In de tweede generatie nakomelingen (bij wederom uitteelt) zijn er echter vaak zoveel verschillende genen dat uniformiteit afneemt. 

Een uitteelt binnen een fokprogramma kan uitkomst bieden als er bepaalde eigenschappen (karakter of exterieur) in de dieren (uit de kennel) steeds zwakker worden. En er geen geschikte dekpartner uit de door de fokker gevoerde lijnen beschikbaar is. Het kan noodzakelijk zijn om een fokpartner te kiezen uit andere lijnen waarvan je hoopt dat hij dit minpunt weer enigszins zal kunnen opheffen in de dieren. 

Vervolgens kun je met een selectie van deze nakomelingen weer verder fokken op het gewenste type dat je als doelstelling had. En dus ook weer terug keren naar de lijnteelt.

Bij de meeste fokkers heeft het zoeken naar een geschikte dekpartner uit bloedvreemde lijnen de voorkeur boven lijnteelt. Het gebruik maken van een “Het samenvoegen van een hond uit “werklijnen” met een hond uit “showlijnen” noemt men ook wel combinatie fok.  

De selectie van toekomstige fokdieren uit de kennel blijft bij elke vorm van teelt een speerpunt. Mede omdat binnen een nest ook de verschillen qua karakter en anatomie aanwezig zijn. En een fokker al vroeg de keuze moet maken welke (fok)teef hij bijvoorbeeld aan wil houden voor de toekomst.

Elk dier is een individu, daarnaast is de verdere karaktervorming van de pup in zeer grote mate afhankelijk van de opfok en opvoeding van deze hond.

Wat anatomische aspecten betreft is ook de latere training van de hond en de daarmee gepaard gaande opbouw van spiermassa een beďnvloedbare factor door de eigenaar. 

Wat men ook verkiest, feit blijft dat bij het fokken van honden altijd de speling der natuur bepaald hoe de genen gaan vallen. Men zal trachten als goede fokker de zwakke punten in de volgende generatie te verbeteren. Of het resultaat ook zal zijn wat men zich had voorgesteld blijft altijd de wens van de gedachte. Fokken blijft gokken.

Polarisatie, Show en werkhonden

De term werkhond had in beginsel als betekenis; een hond die in de praktijk werd ingezet en gebruikt. Je kunt dan denken aan schapendrijvers bij kudde, politiehond, enz.

Vandaag heeft het vooral de betekenis; “het tegenovergestelde van een showlijn” En wordt altijd in verband gebracht met de bloedlijn, de afstamming (voorouders) van de hond. Een hond uit de werklijnen zou zich o.a. moeten kenmerken door: grote werklust, goede vaste zenuwen, moedig karakter, grote mate van hardheid en belastbaarheid, intelligent en vol levenslust.

De hond uit de showlijn kenmerkt zich vooral door zijn zeer fraaie bouw, en er is veel eenheid in type (hoe de hond eruit ziet).

De hond uit de werklijn zou dus (in aanleg) geschikter moeten zijn voor het werken, omdat hij in principe gefokt is voor “het werk”. Deze honden hebben vaker erfelijke bepaalde gedragseigenschappen waardoor een wat meer ervaren baas, zo’n hond beter kan opvoeden en begeleiden.

De hond uit de showlijn is vooral voor de gezinnen die totaal geen interesse hebben een actieve hondensport te beoefenen. Vooral als de ervaring t.o.v. het gedrag van honden niet al te groot is bij de gezinsleden. 

Polarisatie in fokbeleid, kan en mag nimmer het streven van fokkers zijn.

Niet altijd wordt ingezien dat het exterieur ook iets te maken heeft met de werkgeschiktheid. En het mag duidelijk zijn dat verwaarlozing van factoren vergaande gevolgen kan hebben. Binnen de fokkerij is, ondanks het herhaald de nadruk leggen op het algemene belang van de gebruikswaarde, steeds meer waarneembaar de neiging tot polarisatie. 

De opmerking "als hij maar werkt" die je vaak hoort, illustreert op treffende wijze hoe belangrijk sommigen het vinden dat de hond veel werklust bezit.

Men laat de andere factoren vaak een veel te lage rol spelen. Maar dit geld ook voor de zogenaamde showlijnen. Bij de showlijnen hebben de keurmeesters een belangrijke rol toegedicht. Zolang er bij hen ook geen uniformiteit is…..

De jarenlange polarisatie heeft er toe geleid dat de erfmassa binnen de zogenaamde werklijnen, afwijkt van de kynologische lijnen. 

Willen wij de goede gebruikseigenschappen, bevorderen dan kan dit alleen maar langs de weg van planmatige fok. Naar mijn mening zal bij de fokplanning niet alleen op de anatomische voor en nadelen van de fokpartner gelet moeten worden. Maar ook in op de in de erfmassa van de fokpartner liggende gebruikseigenschappen.

Werklijnen, Showlijnen, Combinatiefok? Als nieuweling binnen de Bearded Collie zal het je misschien een beetje duizelen van deze materie. Getracht wordt om het een en ander wat duidelijker in beeld te brengen, en als artikel op te nemen op de site. Dit is weer typisch zo’n onderwerp waarin forums vaak over gesproken wordt. Maar waarop een vaste pagina op internet weinig over te vinden is.  

Belangrijk is ook dat de discussie omtrent dit onderwerp vaak gevoerd wordt door actieve sporters en fokkers binnen ons ras. Uitgangspunt voor hun mening hoe die ook mag zijn wordt altijd gevoed door de passie van die persoon voor het ras.

Het zijn ook de mensen die uitkomen voor hun mening, maar vaak ook de ander in hun waarde laten omtrent de voorkeur van de sportbeoefening hetzij kynologie of africhting.

Los van werk of showlijn is het heel belangrijk om als koper duidelijk naar de fokker te vertellen wat voor hond bij jouw past. De meeste fokkers kunnen zo een betere beslissing nemen of een van hun fokproducten wel voor jouw geschikt is.


De loopheidscyclus bij de teef

De normale cyclus

De geslachtscyclus van de hond kan men in vier fasen indelen:

1. Anoestrus (duurt drie maanden)
    Rustperiode, de vulvalippen zijn klein terwijl ze voor een groot deel bedekt
    worden door een huidplooi.
 

2. Pro-oestrus (negen dagen)
   
Deze fase wordt gekenmerkt door bloederige uitvloeiing uit de vulvaopening
    en door zwelling van de vulvalippen. De huidplooi trekt terug.
    De teef heeft neiging weg te willen lopen en trekt door
    specifieke reukstoffen reuen aan, maar is niet bereid een dekking toe te laten. 

3. Oestrus (negen dagen)
   
De teef accepteert de reu. Tijdens de oestrus vindt de eisprong plaats.
    De bloederige uitvloeiing kan in de oestrus lang doorgaan, eindigt soms abrupt,
    maar neemt in de regel geleidelijk in de loop van de oestrus af.

4. Metoestrus (twee maanden)
   
De Metoestrus vangt aan op het moment dat de teef de reu niet meer wil
    accepteren. De zwelling van de vulvalippen gaat afnemen en er is geen
    uitvloeiing meer.

Bepaling van het juiste dektijdstip

De bepaling van het juiste dektijdstip levert vaak een probleem op. Veelal gaat men uit van een bepaald aantal dagen na de eerste dag van de uitvloeiing, zonder verder na te gaan of de teef ook werkelijk dekrijp is. Deze gang van zaken is de belangrijkste oorzaak van het niet opnemen van de teef na een dekking. De teef is simpelweg op het verkeerde moment gedekt.

Het moment van de ovulatieperiode binnen de cyclus van de teef kan nauwkeurig worden bepaald aan de hand van hormonale veranderingen in het bloed. Men meet de progesteronconcentratie in het bloed. Aan de hand hiervan kan men het juiste dektijdstip bepalen. De teef haar progesteron begint te stijgen van de waarde 0.5 ng progesteron/ml gedurende de eerste dagen van de cyclus. Rond de 10e dag (afhankelijk van het ras) staat het progesteron ideaal (tussen de 6 en 12 ng/ml) om de teef te laten dekken. Na de dekking kan de progesteron twee wegen op:

-  zakken tot terug de waarde van 0.5 ng/ml, de teef is niet drachtig.

-  constant op hoge concentratie blijven, de teef is schijnzwanger of drachtig.

Bij sommige honden hebben we het probleem dat ze “heel lang” loops zijn. Deze honden hebben meestal te maken met een split heat.

Een gespleten loopsheid of split heat

Bij deze aandoening stopt de loopsheid na een paar dagen en vangt dan na een of meerdere weken weer aan. Deze “pauze” kan zelfs binnen één cyclus enkele keren herhaald worden. Uiteindelijk ovuleren deze teven wel, maar het vaststellen van de vruchtbare periode is een groot probleem voor de fokker.

De teef haar progesteron begint te stijgen van de waarde 0.5 ng progesteron/ml gedurende de eerste dagen van de cyclus. Plots, zonder gekende reden, begint het progesteron weer te zakken waardoor men denkt dat ze uit loopsheid gaat. Enkele dagen later zien we de progesteron weer stijgen en kan een normale dekking gebeuren. Na de dekking kan de progesteron twee wegen op

- zakken tot terug de waarde van 0.5 ng/ml, de teef is niet drachtig

- constant op hoge concentratie blijven, de teef is schijnzwanger of drachtig.


De dekking

Het doel van iedere fokker is om de dekking te laten resulteren in een nest gezonde pups. Dat dit niet altijd zonder problemen verloopt is wel bekend. Het eerste probleem waar we mee te maken krijgen is of de teef wel pups kan krijgen. Hierop zijn veel factoren van invloed. Het bepalen van het juiste dektijdstip is zeer belangrijk. Het is ook belangrijk dat de conditie van de geboorteweg in een dusdanige staat is om het zaad te kunnen ontvangen waardoor versmelting van de zaadcel in de eicel mogelijk is, en een innesteling in de baarmoeder tot stand kan komen.

Na progesteronbepaling is duidelijk geworden wanneer de teef gedekt moet worden. Jonge teven moeten zeker de tijd krijgen om met de reu te spelen voor ze zich ter dekking aanbieden. Onervaren reuen moeten vaak wat afgeremd worden en gestuurd worden. In hun enthousiasme proberen ze de teef in de flank of op de kop te dekken. Waardoor het sperma buiten de vagina terechtkomt. Bij een normale dekking zal de reu de vulva besnuffelen en likken en zal de teef de staart opzij houden en een sta-reflex vertonen. De reu brengt nu de nog niet gezwollen penis in de vagina (dit is mogelijk door de aanwezigheid van een penisbotje).

Zodra de penis is ingebracht, beginnen de frictiebewegingen en komt de erectie tot stand. De twee zwellichamen aan weerszijde van de penis zwellen in de vagina enorm op. Waardoor de reu komt “vast te zitten”.

Tijdens de frictiebewegingen komt gedurende 15-60 seconden spermavrije prostaatvloeistof vrij, waarna het echte sperma volgt. Daarna stapt de reu over en blijft gedurende 5-60 minuten gekoppeld staan. Tijdens de koppeling verlopen er contracties over de vagina die het sperma richting de baarmoeder en de eileiders stuwen. Indien de koppeling niet plaats vindt; omdat de reu te fors of de teef te nauw is, is het verstandig de reu toch enige tijd op de teef te houden om er zeker van te zijn dat het zaad voldoende diep in de vagina terechtkomt.


De dracht en geboorte


De periode tijdens de dracht

De draagtijd van honden varieert van 57-72 dagen, met een gemiddelde van 62 dagen. De hele drachtperiode speelt zich af vrijwel zonder uitwendig waarneembare verschijnselen, behalve dat natuurlijk de baarmoeder in omvang toeneemt. De versmelting van eicel en zaadcel vindt plaats in de eileider; 5-7 dagen later daalt de bevruchte eicel af in de baarmoeder, waar de innesteling van het embryo pas na 17-21 dagen plaats vindt.

De vruchten zijn over beide baarmoederhoornen gelijk verdeeld. De vruchtblazen zijn vanaf 26 dagen duidelijk in de buik te voelen of met echografie zichtbaar te maken.

Op een röntgenfoto zijn de puppies pas vanaf 45 dagen waarneembaar.

Vanaf de vijfde week dient het rantsoen opgevoerd te worden tot 150% van de normale dosering aan het einde van de dracht. Na de bevalling wordt de voederbehoefte veel groter, soms wel tot 300% van de normale dosis. De verhoogde voeding dient goed verdeeld te worden over meerdere porties per dag.

Tussen de 55-58 dagen spreken we van vroeggeboorten. De levensvatbaarheid ontstaat rond de 59e dag. Hoe groter de worp hoe korter de draagtijd, hoe kleiner de worp hoe langer de draagtijd. Bij drie pups of minder is echter de kans op puppysterfte na 67 dagen dracht vergroot; dan is over het algemeen een keizersnee de aangewezen oplossing. Bij vier pups of meer geldt dit pas op 70e dag. Deze normen gelden natuurlijk alleen maar indien de teef geen symptomen van een naderende bevalling vertoont.

Ongeveer 20 uur voor de bevalling daalt de temperatuur een halve tot anderhalve graad en het dier gaat zich voorbereiden op de geboorte. De teef zal weinig eten, soms zelfs braken, en zich vaak ontlasten en urineren; ze is onrustig en maakt graafbewegingen in het nest. Het is trouwens verstandig de teef al enkele weken voor de bevalling aan de werpruimte te laten wennen, waardoor ze tijdens het werpen rustig zal zijn.

 

Checklist geboorte

·       Werpkist (veelgebruikte afmeting voor Bearded Collies: 120x120 cm)

·       Kranten om vocht op te vangen 

·       Verwarming

·       Warmtelamp

·       Doos voor pups (bij verschonen werpkist e.d.) 

·       Thermometer 

·       Doekjes/oude handdoek voor droogwrijven pups  

·       Navelstrenggaren of klem voor afbinden van navelstreng  

·       Alcohol (of dettol) voor ontsmetten

·       schaar

·       Betadine jodium voor navelstrengstompjes  

·       Glijmiddel voor eventueel toucheren bij de moeder of als hulpmiddel bij de 
       
geboorte van bijv. vliesloze pup  

·       Afvalzak  

·       Weegschaal voor de pups  

·       Waterbak moeder  

·       Vervangende moedermelk   

·       Fles & spenen

·       Telefoonnummer dierenarts 

·       Pen & papier   

·       Horloge, klok of wekker 

·       Handdoeken

·       Desinfecterende handzeep    

·       Goede verlichting

 

De bevalling.

De draagtijd varieert van 59-70 dagen. Maar meestal komende pups mooi op tijd met 63 dagen.
De normale temp. van een hond is ongeveer 38,5. wanneer nu de bevalling nadert zakt de temperatuur tot iets onder de 37 C.
De teef zal nu ook zeer onrustig zijn. Ze krabt in de kist en op andere plaatsen in de kamer, hijgt en er verschijnt een glazige vloeiing uit de vulva.
Ze gedraagt zich zeer onrustig. Ze kruipt overal onder en achter. Probeer haar een beetje te kalmeren, en wijs haar naar haar kist.
Blijf vooral zelf heel rustig. Dit is namelijk heel normaal.


Tussen de 55-58 dagen spreken we van vroeggeboorten. De levensvatbaarheid ontstaat rond de 59e dag. Hoe groter de worp hoe korter de draagtijd, hoe kleiner de worp hoe langer de draagtijd. Bij drie pups of minder is echter de kans op puppysterfte na 67 dagen dracht vergroot; dan is over het algemeen een keizersnee de aangewezen oplossing.

Bij vier pups of meer geldt dit pas op 70e dag. Deze normen gelden natuurlijk alleen maar indien de teef geen symptomen van een naderende bevalling vertoont. Ongeveer 20 uur voor de bevalling daalt de temperatuur een halve tot anderhalve graad en het dier gaat zich voorbereiden op de geboorte. De teef zal weinig eten, soms zelfs braken, en zich vaak ontlasten en urineren; ze is onrustig en maakt graafbewegingen in het nest. Het is trouwens verstandig de teef al enkele weken voor de bevalling aan de werpruimte te laten wennen, waardoor ze tijdens het werpen rustig zal zijn.

Ontsluitingsfase

Tijdens deze fase verliest de teef kleine beetjes vocht met soms wat bloed. De baarmoedermond wordt ontsloten. Deze fase duurt gemiddeld 12 uur, maar kan ook korter zijn.


Ondertussen kunt u ook het een en ander even klaar leggen. Zoals een aantal schone handdoeken, doos met schone kranten snippers, een vuilniszak voor de afval, een doos met schone kranten. Telefoon nummer van de dierenarts legt u deze even naast de telefoon neer.

Meestal bevallen de teven s'avonds of s'nachts.
Maar het kan ook overdag gebeuren. Meestal verloopt een bevalling prima naar wens, maar mocht u twijfelen, bel dan even met de dierenarts of met uw bevriende fokker. Deze kan u met raad en daad bij staan. Laat tijdens de bevalling geen vreemde mensen toe. Veel rust is heel belangrijk. Niet meer dan 2 personen in de kamer is aan te raden.

Tijdens het bevallen gaat de teef op de hurken zitten, maar ze kan ook op haar zij gaan liggen.
Let tijdens de bevalling er goed op dat ze niet op de pups gaat liggen, de pup niet met een klap op de grond valt als ze uit de moeder komen, de teef de navelstreng niet te kort afbijt [ knip deze niet met een
schaar door, maar scheur hem tussen uw vingers uit elkaar 10cm van af de buikholte. Wrijf de pups na de geboorte eventueel lekker droog en haal het vlies voor het bekje/neusje weg. Even voorzichtig een vinger er in
stoppen vocht eruit laten lopen.

Teven die voor de eerste keer werpen, worden vaak tijdens de uitdrijving van de eerste pup nerveus. Ze weten niet precies wat ze moeten doen en de hulp van de eigenaar is in dit geval noodzakelijk. Bij de geboorte van de eerste pup moet vaak 15 tot 45 minuten geperst worden voordat de pup geboren wordt. De meeste pups worden in kopligging geboren, maar ook stuitligging is heel normaal bij de hond. De periode die verstrijkt tussen de geboorte van de verschillende pups is ongeveer 45 minuten. Maar wordt langer als de teef vermoeid raakt. Het komt echter ook voor dat de teef een uur of twee uur rust neemt en daarna weer verder gaat met werpen. De placenta’s worden meestal direct met de pups afgedreven, waarna de teef de navelstreng doorbijt en de placenta opeet. Indien de teef de navelstreng zelf niet doorbijt, moet men de navelstreng enkele centimeters van de buik af met een schone draad afbinden. En de navelstreng met een schone schaar doorknippen.

Bij elke pup die geboren wordt zal de teef de pup uitvoerig likken. Hiermee wordt gelijk de ademhaling gestimuleerd.

Tussen de bevalling in worden de pups aangelegd bij de moeder. Het zogen heeft verschillende voordelen: het stimuleert de weeën, de melkproductie komt beter op gang. Na de bevalling de teef geen eten geven. Wij geven 24 uur na de geboorte van de pups onze teef pas te eten. Wel kunt u haar karnemelk aanbieden
eventueel aangelengd met water.
Laat uw teefje na de bevalling even zich ontlasten. De ander kan dan even de kist verschonen.

Het wegen van de pups doen wij meestal ongeveer 12 uur later. Om geen onrust te zaaien. De teef en de pups worden hier anders zo onrustig van.
Schrijf wel de geboorte tijden even op en het geslacht met alle kenmerken.
Het moedertje zal haar pupjes vanonder tot boven likken. Dit is prima.
Dit stimuleert namelijk de spijsvertering.
De duur van de bevalling is heel wisselend. De een is er na 4 uur mee klaar de ander 12 uur of nog langer.

Er kan ook een pauze plaats vinden. U denkt O, ze is klaar en na een paar uur wordt opeens de rest geboren.

Na de bevalling kan de dierenarts komen. Deze bekijkt of alles goed is met de teef en de puppy's.
Bearded Collies zijn meestal erg gemakkelijk met bevallen.
Het nest moet een rustige en vredige indruk op u maken. Zonder veel gepiep de gehele dag, de teef dient zich nu ook weer ontspannen te gedragen.
Mocht de rust er niet zijn, waarschuw uw dierenarts a.u.b.
Meestal doen ze wat knorren als ze slapen en als ze drinken piepen ze soms wat.

Indien er geen weeën aanwezig zijn, zullen we via de buikwand moeten voelen of er nog pups in de baarmoeder aanwezig zijn. Indien er nog pups aanwezig zijn, dan kan 0.1 ml per 15 kg lichaamsgewicht oxytocine worden ingespoten (opwekken weeën). Indien er na 45 minuten nog geen reactie is, is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts.

Als er wel duidelijk persweeën aanwezig zijn, en er na 30 minuten nog geen pup geboren is, kunt u overgaan tot vaginaal toucheren. U desinfecteert de vulva en uw handen goed. Indien u in de vagina een pup voelt zitten, kunt u de persweeën versterken door de bovenzijde van de vaginawand te masseren. Eventueel kunt u ook de teef aan de voorzijde omhoog houden. Voelt u niets in de vagina, dan is het verstandig om contact op te nemen met de dierenarts.


De eerste tien dagen worden de pups iedere dag op hetzelfde tijdstip gewogen.
Na een week dienen ze het geboorte gewicht ongeveer verdubbelt te hebben. Met 2-3 weken knippen we de nageltjes voorzichtig even bij.

En tijdens de lactatieperiode?
Na de geboorte van de pups breekt de periode van het zogen aan. Deze zogenaamde lactatieperiode vergt erg veel van de teef. Ze heeft veel extra voeding nodig om de melkproductie op peil te houden. Gemiddeld kan de voedingsbehoefte toenemen met een factor 2 tot 4. Dit is sterk afhankelijk van het aantal pups, de leeftijd en de grootte van de pups. Het beste kan wederom gekozen worden voor een geconcentreerd voer. Deze voeding bevat veel en gemakkelijk opneembare energie in de vorm van vetten, meer eiwitten wat nodig is voor de groei van de pups en een verhoogde hoeveelheid vitaminen en mineralen (bijv. calcium voor de ontwikkeling van het skelet).


·    
Houdt het gewicht van de pups in de gaten zo kunt, u als er een te veel
     afvalt, meteen ingrijpen.
     Doe dit elke dag en op hetzelfde tijdstip. Schrijf deze gegevens op in een
     tabel voor de desbetreffende pup.

·    Maak tijd vrij om met iedere pup apart te spelen en te knuffelen, hij zal er
     alleen nog socialer van worden.

·    Ongeveer vanaf 3 weken krijgen de pups bijvoeding (bijvoorbeeld Energique)
     om zodoende de melktoevoer van de moeder af te gaan bouwen en de pups
     daarna op brokjes te hebben voordat ze weggaan naar hun nieuwe baasjes.  
     Iedere fokker heeft zo zijn eigen zienswijze. Welke bijna altijd goed is.
     Vraag dus gewoon aan de fokker van uw hond hoe hij het doet.

·    Houdt alles hygiënisch, dat is belangrijk voor de pups/teef.

 


Problemen die je tijdens een bevalling tegen kunt komen.

  

·    Wanneer de teef perst en perst en dit al een uur lang doet, zonder dat er
     een pup komt, waarschuw dan onmiddellijk de dierenarts!

·    Als je er zeker van bent dat er meerdere pups geboren moeten worden en
     na de geboorte van de eerste pup de weeën stoppen, zeker de dierenarts
     bellen.

·    Hoge koorts en stinkende uitvloeiing of als de teef uitgeput is:
     BEL DE DIERENARTS!!!

·    Ga niet met uw teefje in de auto op eigen houtje naar de dierenarts toe.
     Bel hem/haar eerst even op!

·    Schrijf op wanneer de bevalling begonnen is en wanneer de pups ieder zijn
     geboren. Als je in spanning zit ben je niet meer objectief over de tijdsduur.

 

Voor als er iets mis gaat. Blijf Kalm !!!

 

Voor als een nest puppies het tragischer wijze zonder moedermelk moet doen, zijn er uitstekende vervangende melkpoeders in de handel, die de nieuwgeborenen nagenoeg alle bestanddelen van de moedermelk verschaffen.

Dit vervangingsvoedsel kan ook worden aangewend als de pups aanvulling op de moedermelk behoeven door ontoereikende melkproductie van de moeder, bijvoorbeeld bij een groot aantal pups in een nest, ziekte, overlading, keizersnede.

 

Ik heb een pasgeboren pupje dat niet wil drinken, wat moet ik nu?

 

Tja...... moeilijke vraag. Een gewetensvraag eigenlijk. Want: Waarom wil dat pupje niet drinken? Is er een erfelijk gebrek dan moet je je afvragen of het wel zo verstandig is zo'n pupje te helpen. Maar ja, je kunt zo moeilijk achterhalen of een erfelijk gebrek hier een rol speelt. Daarom stellen wij onszelf altijd eerst de volgende vragen:


a)  is het pupje normaal geboren en na de geboorte ook normaal gaan ademen?

b)  accepteert de moeder de pup, of negeert ze zijn geklaag, of stoot ze het
     zelfs af?

c)  doet de pup wel pogingen om te drinken? Vindt het een tepel, maar weet
     het niet hoe daar melk uit te krijgen? Of ligt het maar gewoon een beetje
     als een "dweiltje" in de kist?


Als wij uit de antwoorden op deze vragen voor onszelf moeten opmaken te maken te hebben met een pup die niet "normaal" is of doet gaan we niet over tot het kunstmatig voeden van de pup, want: wat hou je in leven? In zo'n geval is het beter dit pupje te laten inslapen.

Is er echter sprake van een normaal reagerende pup en een "liefdevolle" moeder die het verder wel gewoon verzorgt dan geven we deze pup een paar keer een sonde met water, suiker en een snufje zout. Dit om te voorkomen dat de pup uitdroogt en dan wachten we af of deze pup alsnog gewoon gaat drinken. Meestal hebben we te maken met een "trage" pup en na één of twee keer een sonde heeft hij het ineens door hoe hij melk moet krijgen

 

Mijn pasgeboren pup lijkt niet te kunnen drinken?

 

Heb je al eens gekeken of het gehemelte in orde is? Pups met een open gehemelte kunnen inderdaad niet drinken. Ten eerste omdat ze geen "vacuüm" kunnen trekken en ten tweede, mochten ze toch melk in hun mondje krijgen, komt dit er gewoon weer uit via de neus. Pups met een open gehemelte moet je helaas laten inslapen.

 

Poepen en plassen

 

Van puppies die door de moeder verzorgd worden, wordt het poepen en plassen gestimuleerd doordat hun moeder stevig alle buikjes likt. Als de pups geen moeder meer hebben, of als hun moeder hen verstoot, dient de fokker ook deze taak van de moeder over te nemen.

Gebruik als "tong" een vochtig watje, en masseer hiermee na iedere maaltijd zachtjes over het buikje van de pup in de richting van de anus tot de ontlasting en de urine naar buiten is gekomen. Om een reutje te laten plassen, in de richting van zijn penis masseren.

 

Geboortegewicht

 

Het geboortegewicht zegt absoluut niets over de uiteindelijke grootte van de volwassen hond.

Een puppy dat bij de geboorte kleiner is heeft soms niet de kracht (of de mondomvang) om bij zijn moeder te drinken, en een klein exemplaar wordt vaak door zijn grotere nestgenoten ruwweg opzij geduwd bij de "melkbar". Als zo'n puppy echter gezond en levendig is, heeft hij vaak alleen wat extra zorg en aandacht van de fokker nodig om het toch uitstekend te redden.

Leg kleine pups aan bij de dunnere tepels vooraan, die ze veelal gemakkelijker in de mond kunnen nemen dan de grote tepels tussen de achterpoten van de moeder. Als die "bezet" zijn door de dikkerds in het nest, verplaats dan de grotere pups naar de achterste tepels en geef de kleintjes de kans om rustig ieder een tepel te zoeken, goed vast te pakken en hun buikjes vol te drinken. Leg de kleintjes, en de pups die minder hard groeien dan de rest van het nest, extra aan bij de moeder, bijvoorbeeld als de andere pups slapen.

 

Nestgrootte

 

De gemiddelde nestgrootte in het ras is 6 puppen, waarbij natuurlijk nesten van 1 pup, maar ook nesten van 10-11 pups kunnen voorkomen.

Bij zo'n groot nest is het extra belangrijk om in de gaten te houden dat iedere pup voldoende kans krijgt om regelmatig en voldoende te drinken, zonder door de sterkste in het nest aan de kant gedrukt te worden. En ook dat de moeder iedere pup goed schoonhoudt en masseert d.m.v. likken, wat tevens het poepen en plassen stimuleert.

 

Groei

 

Het absolute gewicht op zich zegt niet zoveel, belangrijker is hoe een puppy eruit ziet en hoe hij aanvoelt: stevig, tevreden, met een gevulde buik, "goed in het vlees", glad aanliggende "niet-mottige" vacht, een gezonde aanblik. Bij zo'n pup is meestal een regelmatige gewichtstoename te zien, wat wel dagelijks gecheckt moet worden als teken van mogelijke problemen. In het begin kan er zelfs twee maal daags gewogen worden, zodat als een pup niet voldoende groeit, er meteen ingegrepen kan worden door deze regelmatig extra aan te leggen bij de moeder. Brengt dit niet het gewenste resultaat, consulteer dan de dierenarts.

Alleen de eerste dag na de geboorte kan een kleine gewichtsafname in een pup gezien worden, wat echter beslist door een toename op de volgende dag gevolgd moet worden.

Een pup dient in de eerste week toch wel zo'n 20 gram per dag in gewicht toe te nemen. Veelal groeien ze echter harder, tot wel zo'n 60 gram per dag of meer. Meestal zijn ze na een week het dubbele van hun geboorte gewicht.

 

Uitvloeiing na de geboorte

 

De eerste week zal de uitvloeiing bij de teef groen zijn. In de tweede week wordt deze geleidelijk rood. Na ongeveer twee weken wordt de uitvloeiing lichter van kleur, en na ongeveer drie weken moet de uitvloeiing voorbij zijn. Er kan dan nog wel eens een dun sliertje uitvloeiing uit de vulva komen.

 

Abnormaal verloop en nazorg

 

Door ondeskundig oxytocine (weeën opwekkend middel) gebruik bestaat de mogelijkheid dat er een scheur in de baarmoeder ontstaat. Door onvoorzichtig vaginaal toucheren bestaat de mogelijkheid van beschadiging van de vagina. Baarmoederontsteking komt regelmatig voor na een bevalling. Zeker als de hygiëne tijdens de bevalling niet optimaal was.

 

Door achtergebleven placenta’s of pups kan ook een baarmoederontsteking ontstaan. Een ander vaak voorkomend probleem is de melkklierontsteking. Het is zeer belangrijk om de pups niet van de besmette melk te laten drinken en ze eventueel 24 uur geheel van de moeder te scheiden en de dierenarts te raadplegen. Wat bij grote nesten nogal eens wordt waargenomen is dat de teef te veel placenta’s heeft opgegeten. Hierdoor raakt het maagdarmkanaal van de hond ontregeld en daardoor loopt de melkgift terug.

 

Als de melkproductie bij de teef nihil is, kan men proberen 3 tot 5 maal daags gedurende de eerste 36 uur na de geboorte oxitocine injecties te geven. En de hond eiwitrijke voeding geven. Produceert de teef teveel melk, wat nogal eens gezien wordt bij het spenen van de pups, dan kan men kamferspiritus op de melkklieren aanbrengen (2 tot 3 maal daags) en het dier Lactafal tabletten geven.

Het is beter de teef preventief 1 a 2 dagen voor het spenen te laten vasten. Een probleem dat gezien wordt bij teven die in verhouding onvoldoende voeding opnemen en een hoge melkproductie hebben, is eclampsie. Dit wordt meestal gezien in de tweede of derde week na werpen, omdat dan de pups het meeste drinken. De teef gaat rillen en kan trillende bewegingen maken en/of een waggelende gang hebben en de temperatuur kan hoog oplopen, tot zelfs 42 graden Celsius.

 

De oorzaak van deze verschijnselen is een calcium tekort; dit dient zo spoedig mogelijk door u dierenarts te worden aangevuld. Het is belangrijk dat u in dit geval de pups ook direct gaat bijvoeren. Hiervoor zijn kunstmelkproducten in de handel. Tevenmelk is veel geconcentreerder dan koemelk. Koemelk is ook anders van samenstelling en daarom geen goede vervanging voor de tevenmelk. Tevenmelk is bijvoorbeeld vetter en eiwitrijker.

Gewoonlijk kunnen de pups onder normale condities gedurende de eerste drie tot vier weken genoeg melk drinken bij de teef zodat bijvoederen niet nodig is. De geboortegewichten van de pups verdubbelen in ongeveer een week, verdriedubbelen in twee weken en na drie weken hebben ze het viervoudige van het geboortegewicht.

Vanaf vier weken moet men gaan bijvoeren zodat de pups geleidelijk kunnen wennen aan een andere samenstelling van het voer. Vanaf dat moment kunnen de pups zonder hun moeder en heeft de teef haar moederplichten op het fysieke vlak vervuld.

 

En dan nog even dit


Bedenk goed dat je aan het fokken van een nestje geen cent overhoudt. Laat dat nooit het argument zijn om puppy's op de wereld te zetten, want u komt bedrogen uit. Behalve natuurlijk de broodfokkers onder ons!

 

Waar moet ik dan zo al aan denken?

1.   Voeding ouders/andere honden/puppy's.

2.   Dierenartskosten: entingen, ingrepen, noodgevallen.

3.   Materiaalkosten: bench, werpkist, warmtelampen + reservelampen, lijnen,
      borstels, kommen, weegschaal, enz.....

4.   De officiële onderzoeken zoals de HD test, ED test, enz.

5.   De shows, wedstrijd, trainingskosten van de ouderdieren.

6.   En zo kan ik nog wel even doorgaan!

7.   De tijd die je aan de hond kunt besteden. Denk aan uw werktijden b.v.


De koper

Geef de toekomstige koper een open en eerlijk gesprek, waarin je eerlijk alle voor en nadelen op tafel moet leggen, denk aan de werklust en het karakter enz. Maar ook de afkomst en de gezondheidsverklaringen, zijn/haar stamboom enz. Dus niet alleen zwaaien met de titels.

 

Bedenk voor jezelf of deze mensen wel geschikt zijn voor jouw ras. Of dat ze wel tijd en moeite kunnen opbrengen om deze kleine handenbinder op te voeden, willen ze met hem gaan werken of alleen een blokje om? En of ze het bijv. ook lichamelijk/geestelijk aankunnen. Je bent geen dokter, maar een slecht ter been zijnde baas met een overactieve Bearded Collie is toch ook geen combinatie (uitzonderingen daar gelaten).

 

Bespreek wat er gebeurt als de combinatie niet goed is, want na al je goede inspanningen kan het nog fout gaan. Echt waar. Voel jezelf dan niet schuldig!!! (hebben andere fokkers voor jou al last van gehad).

 

BEDENK DAT JIJ VERANTWOORDELIJK BENT VOOR DE PUP DIE JIJ OP DE WERELD HEBT GEHOLPEN EN DAARNA PAS DE BAAS.

 

Zoals je ziet is het niet erg simpel om en goede pup te fokken.

En ondanks dat je veel moeite doet, kan het nog misgaan. Doordat de plaatsing mislukt of omdat de pup toch nog een ziekte oploopt.

Bedenk dat je niet meer dan je best kunt doen en dat je met iets levends bezig bent. En dat je niet bij iedere koper in zijn/haar hoofd kunt kijken wat zich daar precies afspeelt. Een flinke dosis mensenkennis komt hier heel goed van pas.

 

Heel veel succes!