Kind en hond een paar vuistregels

 

Uitgangspunt 1

Uitgangspunt 2

 

Een hond is een roedeldier. Hij ziet daarom mensen en honden altijd als ranghogere, aan wie hij moet gehoorzamen, of als ranglagere, aan wie hij niet hoeft te gehoorzamen.

 

Een hond zal elk kind onder de 7 jaar per definitie beschouwen als een ranglagere. Daarom accepteert hij geen commando’s of dominante gedragingen.

Voor kinderen tot 7 jaar gelden de vuistregels absoluut, vanaf 7 jaar moeten ze per kind en hond individueel bekeken worden. Het hangt hierbij sterk van de eigenschappen van het kind af, in combinatie met de eigenschappen van de hond, of het kind door de hond als ranghogere geaccepteerd zal worden. Kinderen van 12 jaar en ouder mogen zich net als volwassenen als ranghogere opstellen.

1.  Laat kinderen nooit met honden alleen. Dit mede om te voorkomen dat ze een van de volgende regels overtreden.

     2.  De etensbak, waterbak of speeltjes van de hond zijn alleen van de hond. Het kind mag hier dan ook niet aankomen (ook niet als de hond er niet uit eet, drinkt of er mee speelt). Hetzelfde geldt voor de mand of andere (slaap)plaats van de hond. Ook als de hond er zelf niet in ligt.

     3.  De hond wil niet over zijn kop geaaid worden. Het kind kan de hond achter de oren of onder de kin aaien.

     4.  Het uitlaten van de hond door het kind mag alleen onder begeleiding

     5.  Kinderen mogen een hond geen dominante commando’s of correcties geven. Wel voorzichtig de hond verzorgen, zoals borstelen.

     Trek- of stoeispelletjes met de hond zijn uit de boze. Evenals in het bijzijn van de hond wild gaan rennen en de armen in de lucht steken (dan springt de hond tegen ze op en kan ze omver lopen). In plaats hiervan kunnen zoek en apporteerspelletjes gedaan worden.

Let er op dat bij het knuffelen van de hond het kind niet op of onder de hond gaat liggen. Ze mogen ook niet over de hond heen buigen, zich laten likken, de hond kusjes op zijn snuit geven, hem stevig omhelzen of optillen. De bank is voor de mensen en niet voor de hond.

Voorkom dat het kind de hond aan zijn vacht, staart, oren of geslachtsdelen trekt of voorwerpen in zijn anus, vagina, oren of bek stopt, in zijn ogen prikt of anderszins plaagt of pijn doet.

Een etende of slapende hond mag niet gestoord worden, en zeker niet door kinderen.

Laat een kind een hond nooit recht in de ogen kijken en sta niet toe dat het op een (vreemde) hond toeloopt om hem te aaien. De hond met rust laten is altijd beter.

Een onbekende hond nadert; wat te doen?

« Blijf rustig staan, niet gillen of roepen;

« Houd de handen laag voor het lichaam;

« Laat de hond aan je uitgestoken hand snuffelen.

Wendt hij zijn kop af, dan wil hij niet geaaid worden. Snuffelt hij aan de uitgestoken hand, dan wil hij wel geaaid worden. Kinderen mogen een hond alleen onder de kin of oren, of over de borst aaien. Aaien over kop en rug is een dominante handeling en taboe voor kinderen.

Na het zevende jaar gaat het kind de hond als een echte speelkameraad zien.

Eerste vier jaar

Hoe zit dat nou precies met die relatie tussen kinderen en honden? Over deze relatie is eigenlijk heel weinig bekend, onder andere omdat er haast geen onderzoek naar gedaan is. Toch kunnen er wel bepaalde uitspraken gedaan worden, omdat er vanuit de ethologie wat gezegd kan worden over het gedrag van de hond en vanuit de pedagogiek over het gedrag van het kind.
In de eerste vier levensjaren van een kind snapt het nog lang niet alles wat er om hem heen gebeurt. Het snapt ook niet alle gevolgen van de dingen die hij doet. Dit heeft gevolgen voor de relatie tussen hond en kind.
Als een kind aan de haren van een hond trekt en de hond gromt, zal het kind niet begrijpen dat de hond het niet leuk vindt. Daarom zal hij doorgaan met trekken of wel los laten, maar zich niet in alle gevallen willen of kunnen verwijderen. De kans dat de hond bijt is dan zeker niet denkbeeldig. De hond heeft immers naar zijn maatstaven het kind duidelijk laten merken dat hij het niet leuk vond.


Kruipen
Een ander aspect is, dat kinderen zich in deze leeftijdsfase vaak kruipend voortbewegen. In de hondentaal wil dat zeggen onderdanigheid.
Het kind moet zich dan volgens de hond onderwerpen aan zijn eisen. Een kind begrijpt dat echter niet en zal niet doen wat de hond wil. In een roedel honden zal de leider zijn mindere terecht wijzen op een hondse manier, dat wil zeggen hem bijten. In het geval van kind en hond is de hond de leider van het kind en zal het kind dus terecht wijzen.
Dit alles wil niet zeggen dat honden en kinderen niet samen gaan. Het kind kan nu ook al veel plezier hebben aan de hond door hem te aaien. Alleen, er moet constant iemand bij zijn, die kan ingrijpen voordat het fout gaat.

Vier tot zeven jaar
Kinderen in de leeftijd van vier tot en met zeven jaar kunnen al echt mee gaan helpen in de verzorging van de hond. Samen borstelen, eten geven en uit wandelen gaan. Dit alles met de nadruk op samen met de volwassene.
Dit omdat het overwicht over de hond, zowel geestelijk als lichamelijk, meestal nog niet toereikend is om in alle situaties juist te kunnen handelen. Bovendien is het tijds- en verantwoordelijkheidsgevoel van een kind in deze periode nog niet zodanig ontwikkeld, dat men de verzorging van het dier aan het kind kan over laten.


Na het zevende jaar
Na het zevende jaar gaat het kind de hond als een echte speelkameraad zien. De hond kan mee naar buiten om met het kind en zijn vriendjes te spelen. Wel moet er nog steeds opgelet worden dat het dier z’n verzorging op tijd krijgt. Het kind kan namelijk zo in z’n spel opgaan, dat het dier vergeten wordt. Dan moet hij er even aan herinnerd worden dat er thuis een hond op hem wacht.
Het kind kan op deze manier leren dat het houden van honden behalve plezierige ook minder plezierige kanten heeft. Bijvoorbeeld als het dier uitgelaten moet worden als het regent, of als het kind met andere dingen bezig is en geen zin heeft om de hond eten te geven.


Samenvattend kunnen we stellen dat kinderen veel plezier aan een hond kunnen hebben, als er door de opvoeders de nodige aandacht aan wordt besteed.
 

Uit “Onze Hond”
Door Drs. Nienke Endenburg

 

WAT NIET TE DOEN

 

- De hond wegsturen als het kind aandacht krijgt
- Op de hond mopperen als hij interesse toont in een kind
- De hond pas leren op zijn plaats te blijven als het kind al in huis is.
- Het kind naar de hond toe laten lopen of kruipen, zeker niet als die in zijn mand ligt
- Het kind zich laten bemoeien met een hond die aan het eten is, of een speeltje,
   kluif heeft.
- Kinderen hard laten schreeuwen en rennen in de buurt van een hond
- Kinderen over de grond laten kruipen in de buurt van een hond
- Het kind de hond laten aanstaren(dit vind een hond bedreigend)
- De kinderen alleen met de hond op straat sturen
- Het kind over de nek van de hond laten hangen
- Het kind opdrachten laten geven
- Een kind een vreemde hond laten aaien
- Een kind bang maken van honden
- Het kind laten gillen of wegrennen als er een hond aankomt
- Het kind met zijn handjes naar de hond laten slaan of de handjes in de lucht steken.

 

WAT WEL TE DOEN

Leer het kind 3 regels voor het aaien van een hond:

   1 - Eerst aan moeder of vader vragen
   2 - Dan aan de baas van de hond
   3 - Als het van beiden mag, moet je het aan de hond vragen; steek voorzichtig je
        hand uit en kijk of de hond naar je toe komt. Zo nee, dan heeft hij er geen zin in.
        Zo ja, kriebel hem dan rustig onder zijn kin of op zijn borst.

- Leer een kind om te gaan met honden.
- Leer een bang kind rustig stil te staan en de andere kant op kijken als er een hond
  aankomt.
- Langs de hond heen kijken
- Leer een kind de handjes in de zakken te steken of op de rug te houden.
- De hond en de kinderen samen mee uit te nemen voor een leuke wandeling.
- De hond naar het kind toe laten komen om iets leuks te doen.
- Het iets oudere kind de hond uit de hand laten voeren tenzij hij baknijd heeft
- Kinderen met de hond laten spelen bijv. zoekspelletjes, waarbij het kind een
   brokje mag verstoppen dat de hond moet zoeken beiden vinden dit leuk en
   het zorgt voor een betere hond kind relatie.
- Geef de hond aandacht of lekkers in het bijzijn.
- De hond verband laten leggen tussen kind-leuk