DE OPTIMALE GROEI VAN PUPPIES

Groei en Voedingsbehoeften

In de periode vanaf zijn geboorte totdat hij volwassen is kunnen vier belangrijke groeifasen in het leven van een puppy worden onderscheiden:  

De pasgeboren puppy - de kritieke eerste uren van het leven  

De zogende puppy - van de geboorte tot week 4  

De spenende puppy - van week 4 tot week 8  

De opgroeiende puppy - van week 8 tot de volwassenheid  

Het is essentieel dat tijdens deze fasen voorzien wordt in de voedingsbehoeften van de puppy om te verzekeren dat het jonge dier zich optimaal ontwikkelt en zijn normale grootte als volwassen hond bereikt.

De pasgeboren puppy
Onmiddellijk na de geboorte produceert de moeder een speciaal soort melk, die colostrum genoemd wordt. Colostrum bevat antilichamen en andere immuniserende stoffen die helpen de pasgeboren puppy te beschermen tegen ziekten. Deze beschermende stoffen kunnen alleen in de eerste 24 uur van het leven via de darmen worden opgenomen. Het is dus van vitaal belang dat de puppy zo spoedig mogelijk na de geboorte bij de moeder begint te drinken.

De zogende puppy
In de eerste 24 tot 72 uur verandert de moedermelk langzaam van colostrum in volle melk. Tijdens de eerste drie tot vier weken van hun leven moeten puppies minimaal vier tot zes keer per dag bij de moeder drinken. Voor gezonde puppies is de moedermelk voldoende voor een normale groei tot de leeftijd van ongeveer 4 weken. Daarna kan alleen melk niet voorzien in de hoge behoeften aan calorieŽn en voedingsstoffen die nodig zijn om een voortgezette normale ontwikkeling te verzekeren. Dit betekent dat op die leeftijd begonnen moet worden met aanvullende voeding.

De spenende puppy
Om de moedermelk aan te vullen en puppies voor te bereiden op de speentijd, moeten zij op de leeftijd van ongeveer 3 tot 4 weken halfvast voedsel krijgen. Week puppyvoeding ten minste 20 minuten in water en meng dit tot een dikke pap. Gebruik geen koemelk, want dat kan diarree veroorzaken. Geef de puppy de geweekte voeding tenminste drie keer per dag. De puppy kan met droge voeding beginnen wanneer hij 6 weken oud is. De meeste puppies zijn volledig gespeend van de moedermelk wanneer ze 8 weken oud zijn.

De opgroeiende puppy
Puppies groeien het snelst tijdens de eerste zes maanden van hun leven. Dit komt tot uiting in een verhoogde behoefte aan energie en essentiŽle voedingsstoffen. Een complete en gebalanceerde voeding is daarom een belangrijk onderdeel van de groei en ontwikkeling van een puppy.

De energiebehoeften van opgroeiende puppies kunnen bijna drie maal zo hoog zijn als die van volwassen honden. Tijdens de groei vindt een snelle toename en ontwikkeling van weefsel plaats. Dit komt primair tot uiting in een verhoogde behoefte aan energie en essentiŽle voedingsstoffen, waaronder het optimale aminozuurprofiel. Ook de eiwitbehoefte is groter dan die van volwassen honden. Puppies hebben meer eiwitten nodig om nieuw weefsel aan te maken. Puppy producten voor de groei bevatten voldoende hoogwaardige, gemakkelijk te verteren eiwitten uit kip, eieren en vis, samen met geconcentreerde energie uit dierlijke vetten.

Veel puppies hebben zo nu en dan last van diarree. Aangepaste puppy producten voor de groei verminderen de kans op diarree omdat zij licht verteerbaar zijn.

Hoewel iedere puppy snel groeit tijdens de eerste zes maanden van zijn leven, zijn er tijdens de groei aanzienlijke verschillen in gewicht en ontwikkeling tussen verschillende rassen. Deze verschillen blijken al uit het gewicht bij de geboorte en de grootte van het nestje. Een poedel, bijvoorbeeld, heeft gewoonlijk een nestje van ťťn tot drie puppies, die ieder een gewicht hebben van ongeveer 5% van het lichaamsgewicht van de moeder. Een Duitse Herder zal acht tot twaalf puppies werpen die ieder maar 1% van het lichaamsgewicht van de moeder hebben.

Ook de lengte van de groeiperiode en het groeitempo tonen aanzienlijke verschillen. Na een jaar heeft de poedel zijn gewicht bij de geboorte vermenigvuldigd met een factor 20, een Beagle met 50, een Duitse Herder met 70 en een Duitse Dog met 100. En na acht maanden heeft de poedel bijna zijn gewicht als volwassen hond bereikt, terwijl de Duitse Dog daarvoor bijna twee jaar nodig heeft. Deze verschillen in groeitempo leiden tot verschillen in voedingsbehoeften. Een foutieve voeding tijdens de groei kan ernstige consequenties hebben.

Puppies van kleinere rassen hebben bijvoorbeeld een snellere stofwisseling. Het is belangrijk deze puppies voldoende energie en voedingsstoffen te geven, aangepast aan de beperkte capaciteit van hun maagje.

De groei van puppies van grote rassen moet heel zorgvuldig worden gereguleerd. Deze puppies groeien zeer snel in de eerste twaalf maanden van hun leven. Als hun groeitempo te hoog is of als hun voeding een overmatig calciumgehalte heeft, kunnen ze botaandoeningen ontwikkelen. Een voeding voor puppies van grote rassen moet daarom minder vet bevatten om een te hoge inname van energie te voorkomen. Ook moet het calciumgehalte verlaagd zijn, in balans met het energiegehalte van de voeding.

Deze factoren helpen een optimaal groeitempo te realiseren bij puppies van grote rassen, terwijl het risico van aan de groei gerelateerde botaandoeningen wordt verkleind. In tegenstelling tot de algemene opvattingen van veel hondeneigenaren, hebben matig beperkte hoeveelheden van een goed gebalanceerde voeding geen invloed op de uiteindelijke grootte of ontwikkeling van de hond.

Sommige rassen zijn eerder volwassen dan andere. Puppies van kleine rassen moeten overgaan op een voeding voor volwassen honden wanneer ze 8 tot 12 maanden oud zijn, middelgrote rassen op de leeftijd van 12 tot 15 maanden, grote rassen bij 15 tot 18 maanden.

De optimale groei van puppies van grote rassen

Vergeleken met andere diersoorten en de mens vertoont het groeiproces bij honden in een relatief korte tijd opmerkelijke veranderingen. In het bijzonder bij grote rassen is de groei in de lengte (groei van lange botten) spectaculair. Op de leeftijd van 16 tot 18 maanden hebben deze honden hun uiteindelijke lichaamsomvang (niet hun uiteindelijke gewicht) bereikt.

Groeischijven
De groei van botten in de lengte vindt plaats in de groeischijven. De botten groeien niet willekeurig, maar alleen in deze groeischijven van kraakbeen, die zich bevinden aan de uiteinden van de botten. Tijdens het groeiproces wordt het kraakbeen gemineraliseerd en omgezet in bot. Dit proces gaat door totdat het bot zijn uiteindelijke lengte heeft bereikt.

Verstoringen die zich tijdens dit proces kunnen voordoen leiden tot skeletaandoeningen die kreupelheid en misvorming van botten tot gevolg hebben. In de meeste gevallen doen deze aandoeningen zich voor in de schouder- en ellebooggewrichten. Ook het kniegewricht, het enkelgewricht en het heupgewricht kunnen worden aangetast

Skeletaandoeningen
Onderzoek bij honden van grote rassen in Zweden, de Verenigde Staten, Duitsland, AustraliŽ en Nederland heeft aangetoond dat deze aandoeningen het gevolg zijn van abnormale ontwikkeling van het kraakbeen in het gewricht. Aan de andere kant kan overbelasting van de gewrichten door een te hoog gewicht eveneens tot problemen leiden. Het bekendste voorbeeld hiervan is heupdysplasie (HD).

Osteochondrose (OC) en heupdysplasie (HD) zijn aandoeningen die zich ontwikkelen tijdens de groei. Ze zijn erfelijk van aard en kunnen worden beÔnvloed door omgevingsfactoren, zoals trauma. HD wordt gekenmerkt door een slecht in elkaar passend heupgewricht, door de vorm van de dijbeenkop of van de kom of van beide. Wanneer een hond geen HD heeft wanneer zijn skelet volgroeid is, zal hij dit nooit krijgen. In het geval dat een hond HD heeft, maar dit niet gediagnosticeerd is toen hij nog jong was, kan dit later gediagnosticeerd worden aan de hand van de daarop volgende artrose. Hetzelfde geldt voor OCD.

In verscheidene studies (waarbij genetische invloeden werden uitgesloten), is aangetoond dat bij opgroeiende puppies een relatief hoog gewicht door overmatige voeding (de puppy is te zwaar ten opzichte van het gewicht dat hij gezien zijn leeftijd zou moeten hebben) een aanzienlijke toename van klinische HD tot gevolg heeft. Een puppy slank grootbrengen geeft een significant resultaat en vanuit orthopedisch gezichtspunt heeft een slanke puppy de voorkeur boven een zwaarlijvige puppy.

Overmatig gewicht veroorzaakt misvorming van het heupgewricht (in feite: verhoogt het het risico van HD)

Het risico van een te hoge calciuminname
Calcium is nodig voor de ontwikkeling van gezond botweefsel. Uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat calcium de grootste risicofactor is voor de ontwikkeling van OCD. Een te hoge calciuminname verhoogt het risico van de ontwikkeling van klinische aandoeningen bij de hond. Overmatige calciuminname kan zich voordoen

a)  wanneer calciumsupplementen worden toegevoegd aan een complete en uitgebalanceerde voeding,

b)  wanneer het dier een complete voeding met een te hoog calciumgehalte krijgt of

c)  wanneer de eigenaar teveel calcium toevoegt aan een door hemzelf bereide voeding.

Toevoeging van calcium aan complete en uitgebalanceerde voedingen dient onder alle omstandigheden vermeden te worden, omdat de hoeveelheid calcium in deze voedingen zorgvuldig is gereguleerd.

Het gevaar van een te hoog caloriegehalte
De ontwikkeling van heupdysplasie (HD) is niet gerelateerd aan de groei van botten in de lengte, maar wordt in hoge mate beÔnvloed door voeding. Overmatige voeding (calorieŽn) tijdens de groei heeft een groter risico op de ontwikkeling van HD tot gevolg. Dit wordt veroorzaakt door de snelle toename van het lichaamsgewicht en het relatief onvolgroeide skelet dat dit lichaamsgewicht moet dragen.

Bij de geboorte bestaat het skelet grotendeels uit kraakbeen, dat geleidelijk wordt omgevormd tot bot. In vergelijking met bot is kraakbeen flexibel en kan en zal van vorm veranderen wanneer dit wordt belast. Wanneer het onvolgroeide skelet, en dus het onvolgroeide heupgewricht, overbelast wordt door het overmatige lichaamsgewicht van de hond (ten opzichte van zijn leeftijd), bestaat het gevaar dat de vorm van zijn heupgewrichten zich daaraan aanpast, wat dysplasie tot gevolg heeft.

HD is echter een erfelijke ziekte en wanneer de genen niet voorkomen in de foklijn, zal een overmatig lichaamsgewicht voor een gegeven leeftijd nooit HD tot gevolg hebben. Aan de andere kant is aangetoond dat, wanneer in de foklijn het risico van HD bestaat, overmatig voeden van de puppy de frequentie en de ernst van de aandoening sterk kan verhogen.

Hetzelfde geldt voor het relatieve risico van OCD en de groep aandoeningen die elleboogdysplasie (ED) genoemd worden. Een te snelle toename van het lichaamsgewicht verhoogt het risico dat deze aandoeningen zich voordoen.

Evenwichtige groei in samenhang met een gereguleerde toename van het lichaamsgewicht geeft een optimaal eindresultaat: een gezonde, fitte hond. De juiste dagelijkse hoeveelheid voeding verzekert dat de hond zijn uiteindelijke omvang als volwassen hond bereikt en een optimale lichamelijke conditie verkrijgt.

Het eiwitgehalte heeft geen invloed
Onderzoek naar de groei van de Duitse Dog heeft aangetoond dat het eiwitgehalte in een voeding geen significante invloed heeft op de ontwikkeling van het skelet. Een hoge eiwitinname heeft geen verhoogd risico op de ontwikkeling van OCD of HD tot gevolg en heeft geen invloed op de lengtegroei van bot.

Speciale voeding voor de groei
Gegeven de hoge mate van skeletaandoeningen bij honden van grote rassen, is het goed nieuws dat er voeding beschikbaar is die speciaal is samengesteld om te voorzien in de behoeften van snel groeiende puppies van grote rassen. In deze producten zijn de resultaten van de laatste studies verwerkt, waarin calcium is aangewezen als de grote risicofactor in de voeding van grote rassen en ook verlaging van de algehele energie-inname wordt aanbevolen om gereguleerde groei te bewerkstelligen.